'Ze zijn ook doof voor de stem van gerechtigheid en bloedverwantschap.'
Jefferson's benadering van deze vele beroepen op Britse broeders is logisch. Hij beschrijft elke stap die de kolonisten hebben genomen, en eindigt dan met hoe de Britse burgers hun rug hebben op de kolonisten.
Deze passage wijst erop dat de kolonisten niet alleen zijn verlaten door hun koning, maar door hun medeburgers. De passage laat het gevoel van verlatenheid van de kolonisten zien, en dan hun oplossing: of jij bent bij ons, of tegen ons.